Statuten

De statuten van de vereniging Coalitie Erbij Doetinchem, zoals vastgesteld in de oprichtingsakte d.d. 21-6-2018

Inhoud van de Statuten:
Artikel 1. Naam
Artikel 2. Zetel
Artikel 3. Doel
Artikel 4. Leden
Artikel 5. Begunstigers
Artikel 6. Toelating
Artikel 7. Einde van het lidmaatschap
Artikel 8. Einde van rechten en verplichtingen van begunstigers
Artikel 9. Jaarlijkse bijdragen
Artikel 10. Bestuur
Artikel 11. Einde bestuurslidmaatschap / periodiek lidmaatschap / Schorsing
Artikel 12. Bestuursfuncties / Besluitvorming van het bestuur
Artikel 13. Bestuurstaak / Bevoegdheid
Artikel 14. Vertegenwoordiging
Artikel 15. Bestuursverslag / Rekening en verantwoording
Artikel 16. Algemene vergadering
Artikel 17. Toegang / Stemrecht
Artikel 18. Voorzitterschap / Notulen
Artikel 19. Besluitvorming van de algemene vergadering
Artikel 20. Bijeenroeping algemene vergadering
Artikel 21. Statutenwijziging
Artikel 22. Ontbinding
Artikel 23. Huishoudelijk Reglement

Bepalingen van de Statuten:
NAAM Artikel 1
De vereniging draagt de naam: Coalitie Erbij Doetinchem.

ZETEL Artikel 2
Zij heeft haar zetel in de gemeente Doetinchem.

DOEL Artikel 3
De vereniging heeft ten doel: in een samenwerkingsverband het volledige aanbod aan georganiseerde maatschappelijke non-profit activiteiten op het gebied van welzijn in de gemeente Doetinchem voortdurend actueel, bereikbaar en maken voor alle inwoners van de gemeente Doetinchem, zodat deze daarvan beter gebruik kunnen maken.
Alsmede het leveren van een bijdrage aan initiatieven tot voorkomen of doorbreken van isolement, of het verbeteren van welzijn.

LEDEN Artikel 4
1. Leden van de vereniging kunnen zijn natuurlijke personen van achttien (18) jaar en ouder en rechtspersonen, die het doel en de statuten van de vereniging onderschrijven.
2. Het bestuur houdt een register waarin de namen en adressen van alle leden zijn opgenomen.

BEGUNSTIGERS Artikel 5
1. Begunstigers zijn zij die zich bereid verklaard hebben de vereniging financieel te steunen met een door de algemene vergadering vast te stellen minimumbijdrage.
2. Begunstigers hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die hun bij of krachtens de statuten zijn toegekend en opgelegd.

TOELATING Artikel 6
1. Het bestuur beslist omtrent toelating van leden en begunstigers.
2. Bij niet-toelating tot lid kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.

EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP Artikel 7
1. Het lidmaatschap eindigt:
1a. door de dood van het lid;
1b. door opzegging door het lid;
1c. door opzegging door de vereniging. Deze kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten gesteld te voldoen, wanneer hij zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
1d. door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
2. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.
3. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van een verenigingsjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier (4) weken.
Het lidmaatschap kan echter onmiddellijk worden beëindigd, indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
4. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
5. Onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap door opzegging is voor een lid voorts mogelijk:
5a. binnen één maand nadat een besluit waarbij de rechten van de leden zijn beperkt of hun verplichtingen zijn verzwaard aan het lid bekend is geworden of meegedeeld.
Het besluit is dan niet op dat lid van toepassing. Een lid is evenwel niet bevoegd door opzegging een besluit waarbij de verplichtingen van geldelijke aard van de leden zijn verzwaard te zijnen opzichte uit te sluiten;
5b. binnen één maand nadat een besluit tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm of tot fusie aan hem is meegedeeld.
6. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.
7. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene vergadering.
Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
8. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft niettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.

EINDE VAN DE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN BEGUNSTIGERS Artikel 8
1. De rechten en verplichtingen van een begunstiger kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging worden beëindigd, met dien verstande dat de jaarlijkse bijdrage over het lopende verenigingsjaar voor het geheel blijft verschuldigd.
2. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.

JAARLIJKSE BIJDRAGEN Artikel 9
1. De leden en de begunstigers zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld. Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld die een verschillende bijdrage betalen.
2. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.

BESTUUR Artikel 10
1. Het bestuur bestaat uit ten minste drie (3) natuurlijke personen die door de algemene vergadering worden benoemd.
2. De algemene vergadering kan leden van het bestuur benoemen buiten de leden.
3. De algemene vergadering stelt het aantal bestuursleden vast.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP / PERIODIEK LIDMAATSCHAP / SCHORSING Artikel 11
1. Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie (3) maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk vier (4) jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding. De aftredende is ten hoogste één (1) maal herkiesbaar. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.
3. Het bestuurslidmaatschap eindigt:
3a. door overlijden;
3b. door (aanvrage van) faillissement of door verlening van surseance van betaling of door toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen;
3c. door schriftelijke ontslagneming (bedanken);
3d. door periodiek aftreden;
3e. door ontslag door de algemene vergadering.

BESTUURSFUNCTIES / BESLUITVORMING VAN HET BESTUUR Artikel 12
1. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan. Het kan voor elk van hen uit zijn midden een vervanger aanwijzen. Een bestuurslid kan meer dan één functie bekleden.
2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt die door de voorzitter en de secretaris worden vastgesteld en ondertekend. In afwijking van wat de wet daarover bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de totstandkoming en de inhoud van een besluit niet beslissend.
3. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels over de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.

BESTUURSTAAK / BEVOEGDHEID Artikel 13
1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
2. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.
3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies die door het bestuur worden benoemd.
4. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.
5. Het bestuur behoeft goedkeuring van de algemene vergadering voor besluiten tot:
I. het aangaan van rechtshandelingen en het verrichten van investeringen een bedrag of waarde van tweeduizend vijfhonderd euro (€ 2.500,00) te boven gaande, onverminderd het hierna onder II bepaalde;
II. a. het huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen en geven van registergoederen;
II. b. het aangaan van overeenkomsten waarbij aan de vereniging een bankkrediet wordt verleend;
II. c. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden, waaronder niet is begrepen het gebruikmaken van een aan de vereniging verleend bankkrediet;
II. d. het aangaan van vaststellingsovereenkomsten;
II. e. het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale procedures, maar met uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen en van het nemen van die rechtsmaatregelen die geen uitstel kunnen lijden;
II. f. het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten.
Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan.

VERTEGENWOORDIGING Artikel 14
1. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging in en buiten rechte.
2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee (2) gezamenlijk handelende bestuursleden.
3. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden en/of derden om de vereniging binnen de grenzen van de volmacht te vertegenwoordigen.

BESTUURSVERSLAG / REKENING EN VERANTWOORDING Artikel 15
1. Het verenigingsjaar loopt van één januari tot en met één en dertig december.
2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
3. Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes (6) maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn bestuursverslag uit over de gang van zaken binnen de vereniging en over het gevoerde beleid en legt een balans en een staat van baten en lasten met toelichting aan de vergadering over.
Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders; ontbreekt de ondertekening van één of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgaaf van redenen melding gemaakt.
4. Wordt omtrent de getrouwheid van de hiervoor bedoelde stukken geen verklaring overlegd afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, dan kan de algemene vergadering jaarlijks een commissie benoemen uit de leden van ten minste twee (2) personen die geen deel mogen uitmaken van het bestuur.
De commissie onderzoekt de in lid 3 van dit artikel bedoelde stukken en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.
5. Vereist het onderzoek van deze stukken bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de commissie van onderzoek zich door een deskundige doen bijstaan.
Het bestuur is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de vereniging voor raadpleging beschikbaar te stellen.
6. De last van de commissie kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen, maar slechts door de benoeming van een andere commissie.
7. Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 2 en 3 zeven (7) jaar lang te bewaren.

ALGEMENE VERGADERING Artikel 16
1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
2. Jaarlijks, uiterlijk zes (6) maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een algemene vergadering – de jaarvergadering – gehouden.

In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:
2a. het bestuursverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 15 met het verslag van de daar bedoelde commissie;
2b. de benoeming van de in artikel 15 genoemde commissie voor het volgende verenigingsjaar;
2c. voorziening in eventuele vacatures;
2d. voorstellen van het bestuur of de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering;
2e. déchargering van bestuursleden voor het beleid over het afgelopen boekjaar.
3. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.
4. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van ten minste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte van de stemmen verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier (4) weken na indiening van het verzoek.
Indien aan het verzoek binnen veertien (14) dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 20 of bij advertentie in ten minste een ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veel gelezen dagblad. De verzoekers kunnen dan anderen belasten met de leiding van de vergadering en het opstellen van notulen.

TOEGANG / STEMRECHT Artikel 17
1. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden van de vereniging, het bestuurslid dat geen lid van de vereniging is en alle begunstigers.
Geen toegang hebben geschorste leden en geschorste bestuursleden, met dien verstande dat een geschorst lid toegang heeft tot de vergadering waarin het besluit tot schorsing wordt behandeld. Hij heeft tevens het recht in die vergadering het woord te voeren.
2. Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist de algemene vergadering.
3. Ieder lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft één (1) stem. Het bestuurslid dat geen lid van de vereniging is, heeft een raadgevende stem.
4. Een lid kan zijn stem door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander lid uitbrengen.

VOORZITTERSCHAP / NOTULEN Artikel 18
1. De algemene vergaderingen worden, tenzij de situatie zich voordoet als omschreven in artikel 16 lid 4 laatste zin, geleid door de voorzitter van de vereniging of zijn plaatsvervanger.
Ontbreken de voorzitter en zijn plaatsvervanger, dan treedt één van de andere bestuursleden door het bestuur aan te wijzen als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering zelf daarin.
2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen gemaakt die door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld en ondertekend.
Zij die de vergadering bijeenroepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken. De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.

BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING Artikel 19
1. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoeld oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
3. Voor zover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
4. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
5. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming of, in geval van een bindende voordracht, een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten, plaats.
Heeft dan opnieuw niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.
Bij deze herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, met uitzondering van de persoon op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht.
Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.
Indien bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
6. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende de verkiezing van personen, dan is het verworpen.
7. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één van de stemgerechtigden dat vóór de stemming verlangt.
Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
8. Een éénstemmig besluit van alle leden, ook al zijn dezen niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.
9. Zolang in een algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen – dus ook een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding – ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

BIJEENROEPING ALGEMENE VERGADERING Artikel 20
1. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden volgens het ledenregister bedoeld in artikel 4. De termijn voor de oproeping bedraagt ten minste zeven (7) dagen.
2. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in artikel 21.

STATUTENWIJZIGING Artikel 21

1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat daar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, dragen er zorg voor dat ten minste 5 (vijf) dagen vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel aan alle leden is toegezonden.
3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin ten minste twee/derde van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd is. Is niet twee/derde van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd, dan wordt binnen vier (4) weken, maar niet eerder dan zeven (7) dagen daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

ONTBINDING Artikel 22
1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing.
2. Tenzij de algemene vergadering anders besluit, geschiedt de vereffening door het bestuur.
3. Het batig saldo na vereffening vervalt aan degenen die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid waren. Ieder van hen ontvangt een gelijk deel.
Bij het besluit tot ontbinding kan echter ook een andere bestemming aan het batig saldo worden gegeven.
4. De vereniging houdt op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan haar en/of de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. De vereffenaars doen hiervan opgaaf aan de registers waar de vereniging is ingeschreven.

HUISHOUDELIJK REGLEMENT Artikel 23
1. De algemene vergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen.
2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten.